Alle berichten van admin

Dit ben ik

Capitis Mundi

Alle hoofden van de wereld

werk26

Geboren te Eijsden aan de Maas, Bat no 7 , 02-11-1952 en wel op een zondag.

Zoon van Joseph Feijs en Francoise Warnier.

Bij Eijsdenaren welbekend  markant pand.Mijn geboortehuis dus.

 

bat 7

Sedert 1981 woonachtig te Kerkrade.

In het jaar 1989 ben ik begonnen met schilderen , met olieverf aan de slag, we wilden iets aan de muur hangen……………..en de kinderen waren toch zo klein voor vakantie.

Het vak leren :Kermissen, carnaval, bloemen enz.,prutsen en rotzooien met de materie en de onderwerpen.

Helaas in 1996 : uitgeschilderd ,we noemen dat : geen inspiratie meer, artistieke pauze dus 1996-2004

Vanaf 2004 de draad wederom opgepakt,  werkend met acryl en olie glacis. Acryl is toch o zo lastig………..en weerbarstig en uitdagend.

Resultaat : werken in Glaspaleis Heerlen Expo

Wederom een kleine pauze 2009-2011 (inspiratieloos) en slechts enkele dingen gemaakt om er in te blijven,

Opleiding: wisselende lessen vrije academie kerkrade

Verder auto-didact , nou ja met hulp van Joseph Kerff,beeldend kunstenaar,

hier samen op de Campus Kerkrade,

toen nog scheurvrij; misc04de teacher voor  acryl en vele boeken uit de bib en speuren naar andermans werk op internet.

Schilderen als hobby : verwerken van beelden die opwellen, soms (vaakl) naief, soms echt , soms nageaapt, anders geinterpreteerd, gedeformeerd, getransformeerd,

niet origineel, intertekstueel, verprutst, maar altijd verrast over de uitkomst en met veel plezier gemaakt………………

 

en Paul Klee zei reeds:” Kunst geeft niet het zichtbare weer, maar maakt zichtbaar ”

Gebruikte materialen: Mdf-panelen,Rowney-Daly acrylverf, kwasten, schuurpapier, caparol, industriele acryl, transparant lak-acryl, tissues, spiritus, acryl primer, eigen olieverf, knipsels, water, thinner, water, Golden-acryl, van Gogh-acryl, Rembrandt-acryl, System-3 en uiteraard Gesso enz…….lol

Al mijn schilderijen mogen naar hartelust gedownload, gekopieërd,vermenigvuldigd en wat dies meer zij worden, na melding !!

Hier is mij ander site : schilderen en familiezaken  :http://www.michelfeijs.nl/

Agnita , in oorlogstijd

Omslag boek

Oorlog:

Verzen in staccato door Agnita Henrica Feis

 

Verzen in staccato

Eind 1915 verscheen Feis’ dichtbundel Oorlog. Verzen in staccato in eigen beheer in een oplage van 200 exemplaren.  Theo van Doesburg ontwierp  het omslag van deze dichtbundel.

De bundel kreeg overigens een zeer goede resensie van literatuurcriticus Albert Verwey.

Uitgeverij:

[Eigen beheer], [Amsterdam]
Jaar van verschijning: 1915
Omvang: 13 p.
Bijzonderheden:
Gedrukt bij “De Avondpost”,
Den Haag. Oplage 200 ex.
Naam op titelpagina: A.H. Feijs.
2de druk bij Avalon Pers,
Woubrugge 1981, 47, (4)p.
Oplage 120 genummerde ex.

De recensie van Albert Verwey:

bron: Albert Verwey, Proza. Deel X. Van Holkema & Warendorf / Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam 1923

A.H. Feijs: Oorlog, verzen in staccato
Penning’s vriend F.H. Eydman – we herinneren ons de ‘Opdracht bij Voorbaat’ waarmede de dichter aan die ‘Vriend en vertrouwde, vandaag al volle vijftig jaar’ zijn ‘Najaarsloover’ wijdde – deze dan schrijft mij het volgende:
‘In opdracht van onzen vriend Penning zend ik u als drukwerk een boekje: Verzen in Staccato, door (Mejuffrouw of Mevrouw) A.H. Feis, Joh. Verhulststraat 33, Amsterdam.
Dit bundeltje schijnt niet in den handel te zijn. Penning heeft onzen Rijswijkschen boekhandelaar er vergeefs op uitgestuurd; deze wist het niet op te diepen. Toen heeft een andere vriend van mij, ook al van veertig jaren her, het mij bezorgd. Wij hadden het van hem gelezen; ik eerst, daarna den blinde voorgelezen. Deze kwam tot de vraag, waarom deze geweldige staccato’s nergens in de Pers besproken waren? De vriend aan wien wij ze dankten vroeg zich dat ook af; het antwoord van den boekhandelaar zal misschien wel het juiste zijn: omdat de dichteres niet de gewone reclame (het zenden van zoo- en zoo-veel exemplaren aan de Pers) gevolgd heeft.
Penning gaat uit van de veronderstelling dat gij ze niet kent en zendt ze u daarom.’Het boekje heb ik ontvangen. Nauwelijks een vel druks klein postformaat, een omslagje in rood en zwart met eenige nadrukkelijk-aangeduide oorlogs-symbolen en als titel in de kleuren uitgespaard: Verzen in Staccato door A.H. Feis. Ik vestig er de aandacht op dat binnenin, waar ook het woord Oorlog aan de titel is toegevoegd, de naam als Feijs gedrukt wordt.
De dichter (dichteres, zooals ik op gezag van Eydman aanneem) heeft nergens haar adres vermeld. Ook wordt nergens een naam genoemd van drukker of uitgever. Is dus dit geschriftje niet aan tijdschriften of dagbladen rondgezonden, dan zijn vrijwel alle voorwaarden vervuld waarop uitsluiting uit de lezers-wereld mogelijk wordt.
Toch hooren deze verzen tot de ernstige, en dus waardevolle, uitingen die de oorlog zijn gedoemden slaken deed. ‘Geweldige staccato’s’ zegt Penning; en ook zonder dat ik mij aanmatig zijn uitspraak met de mijne te bekrachtigen, opent dit woord van een bewogen dichter de ooren van belangstellende landgenooten voor deze forsche en menschelijke regels.
Verzen in staccato. De titel is voortreffelijk. Want juist de kortheid, de afgebrokenheid, het uitgestootene van iedere regel – iedere regel niet meer dan twee sylben – oefent de gewilde werking uit. Omdat alleen iedere vierde regel een rijmwoord heeft, zou men meenen dat evengoed vier regels aaneen zouden kunnen worden geschreven en uitgesproken; maar dat is niet zoo. De rust achter iedere regel bepaalt mee de ernst en de zwaarte waar ieder woord mee gezegd wordt, – bepaalt mee de diepte van de stemming die, als ze zich uit haar wanhoop wil opheffen, tot ontzetting stijgt. Voor deze staccato’s geldt in bizondere mate het zeggen van een muziek-dirigent onder mijn vrienden: pauzen zijn ook muziek.
Het spreekt vanzelf dat deze gedichten, om geheel goed te zijn, dan ook de vereischte zwaarte in hun woorden bezitten moeten. De vorm moet geen schijn, maar wezen zijn.
Het boekje bevat er een twintigtal, van verschillende lengte. De onderwerpen zijn elk onmiddelijk ingegeven door de oorlog: de Slag, de Verlaten loopgraaf, de Soldaat, de Verminkte, de Pijl in de aero, en dergelijke. Niet alle zijn even geslaagd, maar geen is zonder ernst; alle hebben iets onmiddelijks en daardoor aangrijpends.
Het land is stom’ staat boven het volgende:
Geen kleur. Maar straks
Geen klank. niet meer…
Het land Het vuur
is stom. brandt voort.Slechts oog ’t Verteert.
en oor ’t Verkoolt…
voor zwaard …….
en trom. ’t Blijft stil.
Geen woord.O mensch, Geen kleur.
verhef Geen klank.
uw stem Het land
dan toch! is stom.Gil, krijsch, Slechts oog
huil, brul! en oor
’t Is tijd, voor zwaard
nu nog! en trom.Een ander heet De Bajonet:
Een punt Dat wil
van staal. de pijn,
Heel scherp, den dood,
heel wreed. alleen.Daar doet De koe
de mensch slacht niet
den mensch de koe.
meê leed. Het zwijn…Dat dringt Maar wij
in bloed. zijn trotsch
Dat dringt een mensch
door been. te zijn!GOD DE DUIVELDe mensch Ha, ha!
is goed! Hij ’s nog
De mensch niet eens
is geest. een beest!
Deze gedichten zijn meer dan indruk en moralizatie. Het gevoel woelt er onder, zoekt een uitweg en stoot zich telkens ontzet en verbijsterd tegen de kronkelwanden van de niet wijken willende gedachte. Hoezeer die geen uitweg wetende ontzetting het wezenlijke is in deze woorden, wordt men tot benauwens toe gewaar bij het lezen van een iets langer vers dat juist door zijn niet ophoudend heen en weer slaan van de voortgaande rij van korte regels de spanning tot het uiterste brengt. De Gil heet het.
Een gil van pool
snerpt rond tot pool.
van noord ’t Is geen
naar zuid, geluid;
[p. 140]
het is ’t Geluid
een dolk. was rood.
Het is Nu wordt
een zwaard! het wit,Die gil, als sterk
die gil! fel licht.
Die gil Zóó erg
bezwaart is dit,den mensch, dat kleur
bezwaart en klank
wat leeft. de aard
Het vee ontvlucht.

woelt rond; ’t Beheerscht
’t is bang. elk zacht,
Het beest elk zoet
huilt mee. gerucht.

De aar- Wie heeft
de dreunt, nù rust?
de lucht Wie is
wordt rood. nù stil?

Het hart Wie vindt
staat stil. geluk
Het oog bij zulk
wordt groot. een gil?

De ziel Die gil
krimpt weg. is wit.
De geest Die gil
sterft af. is rood.

Voor al Die gil
wat zacht is zwart,
was is ’t is meer
een graf! dan dood!

Die gil Die gil
is ijs. snerpt rond
Die gil van noord
is vuur! naar zuid.

Die gil O hoedt
dringt door, u toch
door huid voor zoo’n
en muur. geluid!
Niet enkel gevoel ook. De kleuren, dat besef van een gil die door huid en muur dringt, doen de verbeelding kennen, die de gevoelsschok overneemt en die aanstonds – zie het gedicht: De Droom in de Loopgraaf – met een schuddend, met een dramatisch tumult onze ontzetting vermeerdert.
Het licht. De boom
De zon. wordt vrucht:
Veel goud. àl vrucht.
Goud… blauw.. Hij voedt

Een boom. wat leeft.
Hij groeit, Mensch, dier
wordt sterk wordt één
van bouw. van bloed,

Hij bloeit, één van
wordt wit: geluk,
als sneeuw één, één
zoo wit. van hart.

Eén geur! Blauw… goud…
Eén kleur! Alarm!
Hoe goed Blauw… wit…
is dit! ……..
Zwart. Zwart!
[p. 142]
Alarm! Gesis.
Alarm! Gefluit.
Ontwaakt! Gekerm.
Treedt aan! Geblaas.

…….. De droom!
Blauw… blauw… De droom!
…….. Is dit
…….. de droom?

Gauw, gauw! En was
Men schiet! het waarheid
Men valt van
ons aan! dien boom?

Nacht. Kou. Och ’t goud
Een vlam. verkleurt.
Een knal. De vrucht
Geraas. bederft.
……..
……..
Hij bloedt!
Rood! Zwart!
Hij kreunt…
Hij sterft!
De gruwel, die in het gemoed van deze dichter huishoudt, heeft een duidelijke achtergrond. Hij komt uit tegen het gave beeld van die bloeiende boom die de eenheid verbeeldt tusschen alle schepsels.
De boom wat leeft.
wordt vrucht: Mensch, dier
al vrucht. wordt één
Hij voedt van bloed,
één van
geluk,
één, één
van hart.

De dichterlijke en menschelijke drang zet zich uit tot een al-eenheids- en menschheids-drang. En nu de oude mensch in bloed ondergaat ontwaakt met wanhopige kracht het verlangen naar een nieuwe die hem in zich overwinnen zal. Dit is de toon waar de verzen in uitklinken. Als een goddelijke voorzegging en als een noodzaak die wordt opgelegd luidt het daarin: de nieuwe mensch, een andere, een betere.
De mensch Klaag niet.
in rood? Ween niet.
De mensch Het dier
in zwart? baarde u,

De mensch den mensch;
in pijn? en gij,
De mensch in bloed
geen hart? baart nu!

Mensch, mensch! Uit zwart
God, God! komt wit.
Waar zijt Licht komt
ge toch?! uit vuur.

Men roept Gij lijdt
Men smeekt. en ’t is
Antwoord maar voor
dan toch! één uur!
……..

‘Zie niet Baar! Baar
naar Mij. een nieuw-
Keer tot en mensch,
u in. een God!

Sta nu Baar! Baar
niet stil. in pijn.
Dat heeft Maar baar
geen zin. een God!’

Zoozeer de diepe, dichterlijke, de zang en gedicht geworden kreet van een ziel, van een ziel in nood te zijn, verdient meer dan een verschallen in het kabaal van de tijden. Indien ooit gedichten er aanspraak op hadden gehoord te worden door velen, zeker als ze zijn kunnen dat in duizenden harten hun echo leeft, dan zijn het deze. Een geschrift als dit behoort niet, uitgeverloos, onttrokken te blijven aan de verspreiding.

1916

 

Wie kan mij dit boekje bezorgen ?? 

Prijs euro 2000 ???

Een rots in de nacht……….

fort03

Uit de serie: Fort Europa

Een rots in de nacht …….uitnodigend

Acryl op papier,2014

Kaliakra-Cape-fortress

Kaliakra-Cape

Fort Europa

Humoristische kritiek op de immigrantencrisis langs de Spaans-Marokkaanse grens bij Ceuta en Melilla

Met de term Fort Europa verwijzen critici naar de conservatieve houding van Europese politici tegenover economische migranten en niet Europese Unie-landen in het algemeen. De term ispejoratiefbedoeld en critici gebruiken hem om te verwijzen naar de strenge wetgeving omtrent migratie, alsook de strenge bewaking van grenzen. De term kan ook verwijzen naar de houding van Europa in deglobalisering van de wereldeconomie.

Symbolisch wordt het “Fort Europa” veelal in beeld gebracht als het ijzeren hek dat staat opgesteld langs de Spaans-Marokkaanse grens in Ceuta.

Bron: Wikipedia

We are hungry

 

we are hungry
we are hungry

Uit de serie: Fort Europa : we are hungry

Acryl op papier,  2015

We Must Save the Children of Syria

The war in Syria should not be viewed in terms of a distant, complex political issue. It is an immediate and very human catastrophe; the biggest one facing the world today. These are our children. And they are dying. Where is the outrage?
By Desmond Tutu

 

Noor – not her real name – is a heavily pregnant 22 year old Syrian with an air of relief about her. Just two weeks ago she arrived, hungry and exhausted, to the Za’atari refugee camp in Jordan, with her three children in tow.

Hunger finally did what continuous violence hadn’t so far and forced the family from their home because there simply was no more food to be had. They trudged for five nights to escape their homeland, afraid to travel during the day for fear of shelling.

Noor carefully holds her baby in the camp, Yazan (also not his real name), who is thin. Too thin. Diagnosed with severe calcium deficiency, Yazan has yet to develop any teeth – despite being over a year old.

Since the war started in Syria, the country has slowly disintegrated. More than one-third of hospitals have been destroyed, according to the World Health Organisation. According to Save the Children, 3,900 schools have been destroyed, damaged or are occupied for non-educational purposes since the start of the conflict.

Syria today is no place for a child and, outrageously, over one million have already been forced to flee with their families to camps and host communities in neighbouring countries. Those are the lucky ones: for thousands upon thousands have already been killed. Where is the outrage?

And every child forced out of education, or forced to flee, or whose development is stunted like little Yazan’s because of this conflict is a thorn in our collective conscience. The international community is not only failing to bring a peaceful end to this conflict but we are compounding that failure by neglecting to address its dreadful consequences. In our failure to ensure that people in Syria are getting the food and basic supplies they need, we condemn children to hunger on top of the horrors of war.

Families trapped inside Syria are today witnessing some of the worst violence yet seen in the two-and-a-half year conflict. Whole families cannot get access to the aid they desperately need and when their voices are heard they tell of a desperate struggle to survive, living under bombardment, the threat of violence and ever dwindling supplies as the war chokes Syrian cities.

The situation is bleak for families trying to feed their children. Save the Children this week releases a report that shows how a lack of food combined with soaring prices is exposing the children of Syria to a serious risk of malnutrition. Until recently a food exporter, now four million Syrians – half of them children – are in need of emergency food assistance. As the destruction continues, this number will grow: children who three years ago could rely on with three healthy meals a day will now go to bed hungry, afraid, and all too aware that they have been abandoned by the world outside. There are already cases of children dying in Syria because they couldn’t get enough food or medical support. Where is the outrage?

Even where there is food available, Syrians face an appalling choice: slide into hunger or put themselves in the line of fire. There are widespread reports of people being targeted while queuing for bread. Imagine it: hungry, desperate and under fire.

At the United Nations General Assembly this week, our leaders must recognise the human cost of this war. They must recognise the need to use their global platform to bring the world’s attention to this crisis and get agreement for life-saving aid to get to all those in need throughout Syria. They must recognise our outrage over how thousands of our bright and innocent children are being flung into the chasm of human hatred.

In Syria, they have an old saying: a narrow place can contain a thousand friends. The children of Syria are in a narrow, dark place. We must be their friends. We must get them help. And we must end this war.

Desmond Tutu is Archbishop emeritus of Cape Town.

From :

http://www.savethechildren.nl/kinderen/we-must-save-the-children-of-syria/

Welkom en nu inburgeren

 

fort07
Welkom en nu in inburgeren !!

Uit de serie: Fort Europa : welkom en inburgeren

Acryl op papier,  2015

REFUGEES

Amnesty International slams EU migrant policy in ‘Fortress Europe’ report

In a new report, Amnesty International has said EU policy puts refugees and migrants at risk by preventing them from seeking asylum. The organization said this pushes refugees to take perilous risks to reach Europe.

Flüchtlinge Mittelmeer 28.11.2013

The report ” The human cost of Fortress Europe” released by Amnesty International on Wednesday is critical of European Union policy that Amnesty says emphasizes a marginally-effective effort to seal the borders to Europe rather than providing support for asylum seekers.

“The effectiveness of EU measures to stem the flow of irregular migrants and refugees is, at best, questionable,” said John Dalhuisen, Europe and Central Asia director at Amnesty, in a statement. “Meanwhile, the cost in human lives and misery is incalculable and is being paid by some of the world’s most vulnerable people.”

Refugees from Africa

Amnesty International says about half of refugees arriving irregularly in the EU come from Syria, Eritrea, Afghanistan and Somalia, “countries torn by conflict and wide spread human rights abuses,” the group said.

Many of these refugees head for the Italian island of Lampedusa, which has seen a number of shipwrecks of unstable refugee boats that have cost hundreds of people their lives.

Reports of “push backs” – refugees that are simply turned around and sent back upon reaching the EU – are also part of Amnesty’s report.

“Refugees must be provided with more ways to enter the EU safely and legally so that they are not forced to embark on perilous journeys in the first place,” Dalhuisen said.

Mara Nostrum

On Tuesday, EU interior ministers met in Milan to discuss refugee migration to Europe. The location was fitting: Italy shoulders much of the burden in Europe of rescuing refugees who run into trouble during dangerous boat journeys to Europe from northern Africa, often in the hands of people smugglers.

At the meeting, Italy called on the EU’s border protection agency Frontex to take over the Italian naval mission, Mara Nostrum (Our Sea), which patrols for refugee boats in the Mediterranean and costs around 9 million euros ($12.28 million) a month.

The EU’s Home Affairs Commissioner Cecilia Malmstroem said Frontex was too small to completely take over Mara Nostrum, but said “we must open legal routes to allow refugees to come to the European Union, otherwise they resort to illegal immigration channels.”

Sharing the burden of managing refugees that arrive via boat to Italy and other Mediterranean nations is a contentious issue. Some countries such as Germany which end up hosting refugees feel they do their duty, claiming a country like Italy is content to pass the refugees on to another EU nation.

Italy on the other hand is eager for the rest of the EU to pitch in when it comes to monitoring the Mediterranean for refugees.

According to the UN’s refugee agency, a record 63,000 refugees have arrived by boat on Italian shores this year already. The previous record was 62,000 refugees in all of 2011.

mz/ipj (AFP, Reuters, dpa)

 

Europe: een brug te ver ??

Een brug te ver ??

fort06
Europe : een brug te ver ?

Uit de serie: Fort Europa : een brug te ver

Acryl op papier,  2015

  • 12

    The Italian prime minister, Matteo Renzi, has called on the EU to take responsibility for rescuing migrants attempting the sea crossing, and on the UN to help curb the flow of refugees from Libya.

    Just pay the smugglers somewhat less not to take them and interdict on the high seas those criminals who set out anyway.

  • 34

    Why are we wringing hands over this? Many readers would’ve preferred these people be deported ASAP – or actually never even allowed to land on EU soil – so why get upset that they were neutralized on the high seas?

    People who can afford to pay upwards of $1300 to be smuggled into EU are already doing pretty well or have access to pooled cash from family friends. But they love our EU so much they’re not willing to respect immigration law and try to come here legally.

    Not my fault you were born Sudanese…

Don’t eat that yellow snow

 

 Don’t eat that yellow snow

cover02
don’t eat that yellow snow

Acryl on board, 61*61 , 2005

Dreamed I was an Eskimo
Frozen wind began to blow
Under my boots and around my toes
The frost that bit the ground below
It was a hundred degrees below zero…

And my mama cried
And my mama cried
Nanook, a-no-no
Nanook, a-no-no
Don’t be a naughty Eskimo
Save your money, don’t go to the show

Well I turned around and I said “Oh, oh” Oh
Well I turned around and I said “Oh, oh” Oh
Well I turned around and I said “Ho, Ho”
And the northern lights commenced to glow
And she said, with a tear in her eye
“Watch out where the huskies go, and don’t you eat that yellow snow”
“Watch out where the huskies go, and don’t you eat that yellow snow”

 

 

 

 

 

Bondsconcours

In Eijsden ben ik er mee opgegroeid, de 2 muziekcorpsen en de daaraan verbonden concoursen als wedstrijd.

Eindeloze repetities. Familie onder stress .

De Aw en de neuj Hermenie, mijn moeder Francoise , bijna 89 jaar, heeft het er nog over.

De neuj is de “Roej ” Sainte  Cecile .

Zij is “Blauw “, van de KOH , genaamd  Warnier .

Hier is mijn versie, lang geleden gemaakt, blauwe jassen met rode mutsen met pluim.

De ultime onmogelijke combinatie, maar het concours 2003 ??

De tegenstand ontbreekt in deze wedstrijd. Toch maar apart blijven.

 

Bondsconcours 2003

 

Bondsconcours 2003

Acryl, 62 bij 62 op board, 2003

2 Kwantitatieve deelname aan concertconcoursen

Er is een kwantitatief onderzoek gedaan naar de deelname aan concertconcoursen georganiseerd
door de KNFM en door de bonden van de VNM (vh. FKM en NFCM). Het aantal deelnemende
orkesten aan concertconcoursen nam gestaag af met gemiddeld ruim 13 per jaar (- 4 à 7% per jaar).
Deze afname geldt voor concoursen georganiseerd door zowel de KNFM als door de ex FKM en de ex
NFCM bonden. WMC deelname door Nederlandse orkesten is stabiel. Nam in 1998 nog ca. 70% van
de lid-verenigingen deel aan concertconcoursen, in 2011 is dat aandeel afgenomen tot ca. 35%. Voeg
hierbij het groeiende aantal fusies van orkesten overal in het land en het is duidelijk dat
concoursdeelname in kwantitatieve zin wel terug moet lopen. Het lijkt, op basis van de cijfers van de
afgelopen twee jaar, erop dat de daling tot stilstand is gekomen en dat er een stabiel niveau van
concoursdeelname is bereikt, zeker is dat echter nog niet.

bondsconcours

 

aantal Nederlandse deelnemers concertconcoursen

FKM/KNFM/NFCM/WMCconcept t.b.v. discussie
Groei en bloei van de amateur blaasmuziek in Nederland – Visie en aanpak – conceptversie 9 – 8 oktober 2013 blz. 3
is de afname minder (N.B. Brassbands zijn verplicht regelmatig deel te nemen aan reguliere
bondsconcoursen om deel te mogen nemen aan NBK.).
In 2004 werd het concoursreglement verruimd met het zogenaamde onderdeel 2b en werd het
mogelijk om i.p.v. een keuzewerk uit het groot repertorium, een geheel vrij te kiezen werk of aantal
werken uit te voeren. Het aantal orkesten dat gebruik maakt van gedeelte 2b is sterk verminderd.
Was dat in de beginjaren (2004-2007) nog 25 à 30% (waarschijnlijk nog veel hoger, de cijfers uit de
beginjaren zijn geflatteerd). Inmiddels is dat percentage gedaald tot ruim 5% van de deelnemende
orkesten.
Conclusie KNFM/VNM Commissie Blaasmuziek: Deelname aan concertconcoursen is gehalveerd. Dat
betekent dat er een grote groep orkesten is die het concertconcours niet meer gebruikt als instrument
voor kwaliteitsontwikkeling.
3 Kwalitatieve onderzoeken
Discussie over concertconcoursen is er al lang en er zijn diverse onderzoeken naar de zin en de
beleving hiervan door muziekverenigingen gedaan. Patricia Kools (‘Concoursen in de Limburgsen
blaasmuziek’ – 1998) constateert dat er een verschil bestaat in de beleving van concoursen. Orkesten
in de lagere afdelingen zien een concours vooral als een toetsing (‘waar staan we?’). Alleen orkesten
die over voldoende financiële en muzikale middelen beschikken, kunnen concoursen als een
wedstrijd zien, hetgeen betekent dat alleen de echte toporkesten het wedstrijdgebeuren tot in de
puntjes beheersen. Met name verenigingen in de lagere afdelingen voorzien (in 1998!) problemen
met de continuïteit van verenigingen. Men moet al veel inspanningen verrichten om de vereniging
draaiend te houden en concoursen worden gezien als een extra belasting, zowel financieel, qua
bezetting en qua motivatie van de leden. Zij constateert ook een discrepantie tussen de artistieke
visie van dirigenten en de bestuurlijke visie van bestuurders: hoewel er in artistiek opzicht een hoog
niveau is bereikt, kan er in bestuurlijk opzicht nog veel verbeterd worden. Patricia Kools constateert
ook dat orkesten niet zozeer bezwaar hebben tegen het concourssysteem ‘an sich’ (concoursen
bieden een zinvolle mogelijkheid tot kwaliteitsborging) maar dat kritiek vaak interne problemen van
de vereniging verhult (het concours krijgt de zwarte piet).
Recent deed Remon Aarts kwalitatief onderzoek naar het functioneren van de Brabantse
blaasmuzieksector in het algemeen en het concoursmodel in het bijzonder (‘Blaasmuziek onder de
loep, de houdbaarheid van het concoursmodel’ – 2012). De hoofdvraag was: in hoeverre sluit het
huidige concoursmodel aan bij het functioneren en de doelstellingen van de harmonie- en
fanfareorkesten, uitkomende in de lagere divisies. Ondanks de beperkte scope, zijn de bevind

enz enz