Categorie archief: Zwitserleven

Appeltje voor de dorst ??

DSC01444

Appeltje voor de dorst

 

 

acryl op doek, klei ondergrond, formaat 40*30 cm , jaar 2012

 

Een appeltje voor de dorst

Normaal keert DNB de winst uit aan de Nederlandse staat. Klaas Knot doet het meteen anders.

Door Kees Kraaijeveld

Illustratie: Bas van der SchotIllustratie: Bas van der Schot

Wat is de belangrijkste les uit de crisis? Voor Klaas Knot is dat helder. Als we de belangrijkste bankier van Nederland moeten geloven, dan is het ‘de waarde van buffers’.

Een appeltje voor de dorst, wat vlees op de botten, een spaarpotje. Voor wie het hoofd boven water wil houden in een onzekere wereld, zijn buffers onmisbaar, zo stelt Knot in zijn eerste jaarverslag als baas van De Nederlandsche Bank (DNB). ‘Met buffers worden onvermijdelijke onzekerheden in economische processen opgevangen, door overheden, financiële instellingen, bedrijven en gezinnen.’

Dit alledaagse inzicht zijn we in de jaren negentig uit het oog verloren. Het ging té goed. Nederland voelde zich rijk, we gaven meer uit dan we verdienden en de economie draaide lekker. Met het nieuwe millennium was het feest over. ‘Alles wat in de jaren negentig meezat, zat in de jaren nul tegen,’ schrijft Knot. Aandelen en huizen bleken in waarde te kunnen dalen. Pensioenfondsen bleken een tekort te kunnen hebben. Nederland voelde zich niet meer rijk, de consumptie zakte in. En nu zitten we weer in een recessie.

Hadden we tijdens de vette jaren maar niet alles moeten uitgeven aan auto’s, nieuwe keukens en vakanties. Hadden we toen maar niet potverteerd, maar onze spaarpotjes gevuld. Die les leren we nu pas. Te laat.

Pas sinds de kredietcrisis is iedereen weer buffers aan het opbouwen. Internationaal worden afspraken gemaakt over het verhogen van de kapitaalbuffers van banken. Particulieren zijn aan het sparen geslagen. Overheden proberen met man en macht de eruptie van staatsschuld te bedwingen.

Het is hamsteren geblazen. En Klaas Knot geeft zelf het voorbeeld. DNB heeft vorig jaar onverwacht behoorlijk wat winst gemaakt; 1,2 miljard euro. Dat is minder dan de 1,6 miljard van 2010, maar nadat minister Jan Kees de Jager eind december aan de Kamer schreef dat we er ‘ernstig rekening mee moesten houden’ dat DNB ‘een lagere winst of zelfs een verlies’ zou moeten presenteren, is het een dikke meevaller.

Normaal keert DNB bijna de volledige winst uit aan haar enige aandeelhouder: de Nederlandse staat. Maar Knot doet het meteen anders. Hij bouwt – jawel – een buffer op. Hij maakt ‘slechts’ 750 miljoen over aan de schatkist. De resterende 463 miljoen houdt hij zelf, als appeltje voor de dorst.
Verstandig. DNB heeft een groot deel van de winst te danken aan de rentebetalingen op geld dat de bank via de Europese Centrale Bank (ECB) heeft uitgeleend aan noodlijdende landen als Griekenland en Spanje. Tot dusverre heeft de ECB daarmee nog niet de neus gestoten, maar mocht het toch misgaan met een euroland, dan moet DNB meebetalen. En dan is het prettig geld achter de hand te hebben.

En de schatkist dan? Is het niet jammer voor minister De Jager dat hij een half miljard minder krijgt dan zou kunnen? Dat is het. De Jager had vorig jaar ook al gerekend op een interimdividend van 550 miljoen, dat DNB besloot niet te betalen. Wat dit betreft illustreert DNB dat de buffers van de een maar al te vaak de armoede van de ander zijn.

Maar is Knots buffer van 463 miljoen een tegenvaller voor de begroting van dit jaar, zoals de kranten afgelopen week suggereerden? Ik denk het niet. Iets is alleen een tegenvaller als je meer had verwacht. En in de Miljoenennota 2012 staat onder ‘winstafdracht DNB’ geen 1,2 miljard ingeboekt en ook geen 750 miljoen. De Jager hield het op Prinsjesdag nog op een voorzichtige 549 miljoen. Hoe de 750 miljoen in de begroting past, weet het ministerie van Financiën nog niet. Maar stel dat het hele bedrag meetelt, dan is de winstafdracht juist een meevaller van 200 miljoen euro. Om de verhoudingen even te schetsen: dat is wat het kabinet nu in een jaar bezuinigt op Kunst en Cultuur.

Alles is veel, voor wie niet veel verwacht. Dat De Jager vorig jaar dacht dat DNB getroffen zou worden door de eurocrisis, pakt nu gunstig uit. De Jager heeft wat extra om de gaten in zijn begroting mee te stoppen. En Knot kan zijn belangrijkste les uit de crisis voorleven; en buffers opbouwen.

 

 

 

 

 

maandag 6 augustus 2012

 

Het pensioendebat (4):

Het aanvullend pensioen, uw appeltje voor de dorst?

 

Begin juli kondigden een aantal grote verzekeraars aan dat ze het rendement op de aanvullende pensioencontracten verlagen tot 2,25%. Door de economische crisis zou het rendement dat de wet oplegt niet meer haalbaar zijn, en zouden aanvullende pensioencontracten verlieslatend worden.

Assuralia, de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen, is dan ook een heuse lobby gestart voor de afschaffing – of minstens een verlaging- van het gegarandeerd rendement.

Gegarandeerd rendement

De wet op de aanvullende pensioenen garandeert werknemers een vast rendement op het gespaarde kapitaal: 3,75% voor werknemers- en 3,25% voor werkgeversbijdragen.

Het is de werkgever die die opbrengst moet waarborgen. Als de pensioeninstelling een lagere interest biedt, moet de werkgever het verschil bijpassen.

Dat rendement hoeft niet jaarlijks behaald te worden, maar pas bij het einde van de pensioenovereenkomst. In principe hoeft niemand dus te panikeren bij een aantal ‘magere jaren’. Die kunnen gecompenseerd worden met de hogere opbrengsten van voor en na (gesteld dat die niet zijn uitgekeerd aan de aandeelhouders…).

De invloed van Europa

De verzekeraars verschuilen zich achter de inwerkingtreding van de Solvency II-richtlijn. Deze verplicht hen om genoeg reserves in kas te hebben om op elk moment aan al hun verbintenissen te kunnen voldoen, zonder onderscheid tussen lange en korte termijn.

Daarbovenop moeten ze ook nog een buffer aanleggen. Hierdoor gaat het voordeel van de lange termijn verplichtingen verloren.
Een uitgelezen excuus voor de verzekeraars om de gegarandeerde interest aan te vallen.

En de werknemers?

Maar dat verandert niets aan de situatie van de werknemers, aan wie men de rekening nu wil voorschotelen.

De bedoeling van de tweede pijler was om werknemers een degelijk pensioen te garanderen, in het bijzonder wanneer de babyboomgeneratie op pensioen zou vertrekken. Men vreesde dat het wettelijk pensioen tekort zou schieten door de gewijzigde verhouding tussen werkenden en gepensioneerden.

Nu dat moment is aangebroken, pleit men ook in de tweede pijler voor hogere bijdragen en lagere uitkeringen… Precies het onheil dat men wou voorkomen in de eerste pijler.

We moeten de vraag durven stellen: heeft een aanvullend pensioen met een verlaagd rendement of – in het slechtste geval – zonder gegarandeerd rendement wel zin?

De enige redelijke beleidskeuze

Het rendement van de eerste pijler (het wettelijk pensioen) hangt af van de evolutie van de loonmassa, die op haar beurt bepaald wordt door de groei van het aantal werkenden, de inflatie en de reële economische groei.

In België is er nog steeds een groei van de loonmassa met 3 à 4%. Daalt het rendement van de aanvullende pensioenen onder de 3%, dan brengt de eerste pijler dus méér op.

Investeren in het wettelijk pensioen is dan de enige redelijke beleidskeuze. Dit kan het best door te investeren in kwaliteitsvolle jobs, wat de loonmassa – en dus de pensioenbijdragen – zal doen toenemen.

Bron:Astrid Thienpont, adviseur studiedienst federaal ABVV

http://www.dewereldmorgen.be/blogs/abvv-zomerblog/2012/08/06/het-pensioendebat-4-het-aanvullend-pensioen-uw-appeltje-voor-de-dors

Vervlogen hoop ???

DSC01446

Vervlogen hoop

 

 

acryl op doek, klei ondergrond, formaat 40*30 cm , jaar 2012

Hoop op herstel vervlogen: 6 vragen

Van onze verslaggever Frank van Alphen − 17/08/10, 22:24

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft voor het eerst op grote schaal pensioenfondsen gedwongen de pensioenen te korten. De toezichthouder op de pensioensector vindt het niet verantwoord nog te hopen op herstel zonder deze ingrijpende maatregel. DNB vreest dat de rekening wordt doorgeschoven naar de jongere deelnemers van de fondsen.

Welke fondsen moeten uitkeringen verlagen?

Veertien pensioenfondsen moeten met ingang van volgend jaar korten op de opgebouwde pensioenen. De namen zijn niet bekendgemaakt. Wel is het bekend dat het fondsen zijn die in hun herstelplan al hadden staan dat korten wellicht nodig was.

Was is korten?

Het wordt ook afstempelen genoemd. Dit houdt in dat het pensioen dat dit jaar wordt overgemaakt, wordt verminderd met een percentage dat kan oplopen tot 14. Meestal gaat het om één of enkele procenten. De korting is niet honderd procent zeker. Fondsbestuurders krijgen nog de kans te komen met een alternatief. In de praktijk komt het erop neer dat de werkgever zal moeten bijspringen, bijvoorbeeld omdat hij niet de naam wil hebben een wankel pensioenfonds te hebben.

Waarom komt dit slechte nieuws voor gepensioneerden nu naar buiten?

De Nederlandsche Bank had pensioenfondsen met een te lage dekkingsgraad, – de verhouding tussen het vermogen en alle toekomstige verplichtingen – vorig jaar extra tijd gegeven om op krachten te komen. De dekkingsgraad van 340 pensioenfondsen was begin vorig jaar onder het vereiste minimumniveau van 105 procent gezakt. Dit was het gevolg van deingezakte beurskoersen en de lage rente. Hoe lager de rente, hoe hoger de verplichtingen in de boeken komen omdat het fonds niet kan rekenen op een relatief hoog risicoloos rendement. De hoop was dat de beurzen zouden aantrekken en dat de rente wat zou opveren. Dat zou de meeste fondsen uit de gevarenzone tillen.

Dat is niet gebeurd en daarom trekt DNB nu aan de bel. De dekkingsgraden van de fondsen is de afgelopen tijd gedaald naar gemiddeld 100 procent. Dat houdt in dat er fondsen zijn die daar ver onder zitten.

Hoeveel geld kan een gepensioneerde op jaarbasis nu kwijtraken?

Dat is afhankelijk van de hoogte van het pensioen en de mate waarin wordt afgestempeld. Uitgaande van een aanvullend pensioen van 800 euro per maand en een korting van 2 procent, ontvangt een gepensioneerde dan 16 euro minder per maand.

Bedenk dat de koopkracht harder omlaag gaat. Een fonds dat afstempelt, zal uiteraard de pensioenen niet verhogen met de inflatie (indexeren). Sowieso hebben veel fondsen de afgelopen jaren niet of slechts gedeeltelijk geïndexeerd vanwege de malaise op de beurzen.

Merken werknemers ook iets van deze korting?

Ja, ook hun pensioenbedrag wordt gekort. Op het pensioenoverzicht komt een lager bedrag te staan dat de werknemer ontvangt als hij doorwerkt tot zijn 65ste. Verschil met gepensioneerden is dat dit bedrag weer kan stijgen als het beter gaat met het fonds. Een 65-plusser ontvangt domweg minder euro’s.

Hoe kan ik te weten komen of mijn pensioenfonds ook in de problemen zit?

Pensioenfondsen die overgaan tot afstempelen, melden dat aan hun deelnemers. Wie bij een fonds zit met een lage dekkingsgraad (onder de 95 procent) en een herstelplan dat rept over een mogelijke korting, moet zich zorgen maken.

 

ABP kort pensioen met 0,5 procent

HEERLEN – Het ambtenarenpensioenfonds ABP kondigt een voorgenomen verlaging van de pensioenen aan met 0,5 procent. Bovendien gaat een tijdelijke opslag op de premie omhoog van 1 naar 3 procent.

ABP maakte woensdag bekend dat deze maatregelen nodig zijn, omdat de dekkingsgraad te laag is.

De verlaging van de pensioenen gaat in vanaf 1 april 2013, maar begin 2013 maakt ABP opnieuw de balans op om te bezien of de verlaging moet worden doorgezet.

Zowel de aanspraken van mensen die pensioen opbouwen als de uitkeringen van de gepensioneerden worden gekort.

Een gemiddelde gepensioneerde, die naast de AOW 10.000 euro per jaar aan ouderdomspensioen ontvangt, krijgt zo’n 3,50 euro minder per maand. De werkende deelnemers in het fonds en de werkgevers moeten meer premie betalen. De tijdelijke opslag op de premie gaat dit jaar en volgend jaar omhoog van 1 naar 3 procent.

Een ,,aanzienlijke minderheid” van de deelnemersraad was in een advies tegen het besluit, aldus ABP. De werkgeversraad en de deelnemersraad van het fonds adviseerden positief, ook al vonden ze het besluit pijnlijk.

De druiven zijn zuur

DSC01443

De druiven zijn zuur

 

acryl op doek, klei ondergrond, formaat 40*30 cm , jaar 2012

maandag 20 augustus 2012

 
FACEBOOK-FLOP
DOET PENSIOENFONDSEN PIJN
Nederlandse institutionele beleggers hebben de nodige klappen gekregen als gevolg van de Facebook-flop op de beurs. Bij pensioenfondsen van ambtenaren en zorgpersoneel zijn miljoenen euro’s verdampt.
 
http://www.capitis-mundi.com/components/com_jce/editor/tiny_mce/plugins/anchor/img/anchor.gif); padding: 0px; margin: 0px; color: rgb(181, 161, 105);”> 

Alle waarschuwingen voor de hoge prijs van het aandeel en de hype rond het beursavontuur van Facebook ten spijt, zijn professionele Nederlandse beleggers massaal ingestapt. En dat hebben ze geweten.  

Facebook maakt op zijn zachtst gezegd de verwachtingen nog niet waar. Afgelopen week belandde de koers op een laagterecord vlak boven de 19 dollar per aandeel. Daarmee is de halvering in waarde bijna een feit: Facebook ging half mei onder massale belangstelling nog voor 38 dollar per aandeel naar de beurs.

De IPO-sof van het sociaal mediaconcern heeft niet alleen Californië – de thuisstaat van het mediaconcern van Mark Zuckerberg – nog armer gemaakt. Ook Nederlandse ambtenaren zijn fors in hun pensioen geraakt, zo wijst onderzoek uit van Het Financieele Dagblad naar hun Amerikaanse beleggingen.

Waarde gehalveerd
Zo had een onderdeel van hun pensioenuitvoerder APG eind tweede kwartaal 330.500 aandelen Facebook ingekocht, zo blijkt uit bestudering van het FD naar de bij Amerikaanse toezichthouders gedeponeerde gegevens. Destijds was een  pakket van deze omvang bij de beursgang nog 12,6 miljoen dollar waard. Inmiddels is die waarde gehalveerd, zo constateert het FD.

De druiven zijn eveneens zuur voor zorgwerknemers bij pensioengigant PGGM volgens de zakenkrant. Die konden eind tweede kwartaal op 316.226 aandelen Facebook-aandelen bogen. Dit hele pakket is bij de huidige koers nog maar 6,3 miljoen dollar waard.

Woordvoerders van de pensioenfondsen onthouden zich van inhoudelijkcommentaar over individuele beleggingen. Tegenover het FD willen ze dan ook niet zeggen of de aandelen voor de hoofdprijs zijn gekocht en of het pakket nog in bezit is.

Pensioenen Shell-werknemers
De Facebook-flop in Nederland raakt niet alleen ambtenaren. De beheerder van de pensioenen van Shell-werknemers had eind juni voor bijna 2 miljoen aandelen Facebook in bezit ofwel 61.472 stuks.

Andere Nederlandse bedrijven met mogelijke Facebook-averij zijn Robeco, zo heeft het FD uitgezocht. De Financiële instelling uit Rotterdam had eind juni voor minstens 250.000 aandelen in bezit met een totale waarde van 7,8 miljoen dollar. Relatief bescheiden pakketten aandelen Facebook waren eind juni in handen van Rabobank (6459 stuks), Delta Lloyd (8468 stuks) en ING Investment Management (24.248 stuks).

Tegelijkertijd constateert het FD dat het Facebook-verlies gering is in vergelijkingmet het totaal geïnvesteerde vermogen van honderden miljarden euro’s door de Nederlandse pensioenfondsen. Zo mag APG zich fortuinlijk prijzen als bezitter van meer dan 1,5 miljoen aandelen Apple. Het aandeel van het door Steve Jobs nagelaten concern sloot vrijdag op het hoogste punt ooit. Daarmee is het belang van APG goed voor ruim een miljard dollar.

(L)

Bron :Het Financieele Dagblad 
 
 
 
 
 
 

CPB-cijfers: tienduizenden gezinnen leveren flink in


reageer/ bekijk reacties (17)

Vele tienduizenden huishoudens leveren de komende jaren stevig in, meer dan tien procent. Met name bij gepensioneerden en mensen met een uitkering gaan relatief veel mensen er pijnlijk op achteruit.Dat blijkt uit de data die RTL vandaag van het Centraal Planbureau ontving. In totaal gaat het dan om 60.000 koopkracht-berekeningen.De enorme hoeveelheid koopkrachtberekeningen bevestigen het beeld dat de afgelopen dagen ontstond. De komende jaren zijn er grote groepen die gaan inleveren.

Tegelijkertijd zorgt het beleid van het kabinet Rutte-II ervoor dat evenveel mensen op vooruit gaan. Opvallend is dat de wens van de PvdA om de kwetsbare groepen te ontzien, lang niet altijd slaagt. Bijvoorbeeld bij mensen met een utikering staan soms dikke minnen.

Hoeveel mensen gaan er hoeveel op achteruit?

Koopkracht in 2017   Aantal huishoudens 
Meer dan 15% erop achteruit 36.180 huishoudens
Tussen de 10% en 15% erop achteruit 97.042 huishoudens
Tussen de 10% en 5% erop achteruit 811.029 huishoudens
Tussen de 5% en 0% erop achteruit 2.486.324 huishoudens
Tussen de 0% en 5% erop vooruit 3.439.468 huishoudens
Tussen de 5% en 10% erop vooruit 338.630 huishoudens
Tussen de 10% en 15% erop vooruit 63.693 huishoudens
Meer dan 15% erop vooruit 55.777 huishoudens

Bron: CPB

Iets minder dan de helft levert in

Van alle 7,5 miljoen huishoudens gaat net iets minder dan de helft er op achteruit. Voor bijna een miljoen huishoudens zullen de druiven zuur zijn: zij gaan er meer dan 5 procent op achteruit.

En binnen die groep zijn er ook nog de pechvogels: 133.000 huishoudens gaan er meer dan 10 procent op achteruit. Uiteindelijk kom je zo bij 36.000 huishoudens die er zelfs 15 procent of meer op achteruit gaan. Ongeveer tweederde van die huishoudens zijn mensen met een pensioen, een kwart heeft een uitkering. Kijk hier voor de precieze berekeningen.

Download gratis onze app 365: Nieuws, Boulevard & Magazine voor iPad en Android

Reageer / bekijk reacties (17)

Vakantie ??

DSC01422

Vakantie ??

 

acryl op doek, klei ondergrond, formaat 40*30 cm , jaar 2012

 

AOW-pensioen

 

Uw vakantie-uitkering

Heeft u tussen 1 mei 2012 en 30 april 2013 een AOW-pensioen, dan krijgt u de vakantie-uitkering die u over die maanden heeft opgebouwd, in mei 2013.

Is uw AOW na mei 2012 ingegaan? Dan bouwt u vakantie-uitkering op vanaf de maand dat uw AOW is ingegaan tot en met 30 april 2013.

 

Bekijk uw vakantie-uitkering

U ontvangt uw vakantie-uitkeringin mei samen met uw AOW-pensioen. Op Mijn SVB kunt u zien hoeveel vakantie-uitkering u krijgt. Log in met uw DigiD en kijk bij het betaaloverzicht. 

Bestemming van uw vakantiegeld

Wat doet Nederland deze zomer met het vakantiegeld? De favoriete bestemming is sparen, gevolgd door de vakantie zelf. Daarnaast gebruikt men vakantiegeld voor de inrichting van de woning en om rekeningen van te betalen.

Sparen als bestemming

Uw vakantiegeld kunt u laten doorgroeien tegen een aantrekkelijke rente. Met twee handige rekentools kunt u kijken hoe hoog uw rente bij AEGON kan zijn. Laat uw vakantiegeld in ieder geval niet renteloos op uw betaalrekening staan.

Een spaarrente tot 3,1%
Bij AEGON kunt u sparen via internet met een basisrente van 2,1%. Op deze spaarrekening kunt u elk spaardoel een eigen spaarpot geven. Maakt u spaarafspraken en/of wilt u opnamekosten instellen? Dan kan uw rente zelfs oplopen tot 3,1%!Bereken hoeveel u kunt sparen.

Sparen met vaste hoge rente
Heeft u uw vakantiegeld even niet nodig? Misschien is een depositospaarrekening met een vaste hoge rente dan iets voor u. Bijvoorbeeld een spaarrente van 3,6% rente bij een looptijd van 5 jaar. Bekijk de actuele rentes.

Sparen voor uw pensioen

Uw vakantiegeld kunt u ook gebruiken om uw pensioen mee aan te vullen. Heeft u inzicht in uw pensioen? Met de Pensioencalculator van AEGON berekent u eenvoudig uw pensioen. U krijgt direct inzicht in uw situatie en een mogelijk pensioentekort. Lees meer.

Tip: begin nu met later, want waarom wachten tot uw pensioen een vermogen kost? Hoe eerder u begint met sparen, hoe minder u maandelijks opzij hoeft te zetten.

Hoe gaat Nederland deze zomer op vakantie?

Uit onderzoek blijkt:

  1. 71% gaat beslist of waarschijnlijk op zomervakantie
  2. 13% twijfelt nog
  3. 16% gaat (waarschijnlijk) niet

Vakantiebestemmingen dichter bij huis

Deze zomer vieren 2,8 miljoen Nederlanders vakantie in Nederland, iets meer dan in 2010. Daarnaast kiezen 7,9 miljoen vakantiegangers voor een buitenlandse bestemming, zoals Frankrijk, België en Duitsland. De gevolgen van de crisis zijn nog merkbaar. Men gaat wel op vakantie, alleen korter, geeft minder uit en blijft dichter bij huis.

Bron: NBTC-NIPO Research, april 2011
 
* De rente geldt per 03-05-2011. De rente van AEGON Eigen stijl Sparen is variabel en kan op dagbasis wijzigen
 
Bron website Aegon

Het einde nabij ??

DSC01448

Het einde nabij ??

acryl op doek, klei ondergrond, formaat 40*30 cm , jaar 2012

 

 

DINSDAG 8 JUNI 2010

Pensioencrisis in 2012, de analyse:

 
 Mensen willen het niet horen, maar de volgende crisis staat alweer voor de deur. In 2012 wordt een pensioencrisis voorspelt die zijn weerga niet kent. De AOW is met het oog op de vergrijzing niet het enige probleem. Ook het systeem van aanvullende pensioenen dat Nederland heeft, is onhoudbaar. 

Pensioenfondsen 
Steeds meer pensioenfondsen zitten op een te lage dekkingsgraad. De gemiddelde dekkingsgraad van de zeshonderd Nederlandse pensioenfondsen zakte eind Mei jl. voor het eerst in dertien maanden weer naar 100%. Als je onder de 100% zit, betekent dat eenvoudig dat je geld uitkeert dat je niet hebt. In die situatie dragen premiebetalende werknemers direct een (klein) deel van hun inleg af aan de gepensioneerden die al een uitkering genieten. 
Doordat de pensioenfondsen geld uitkeren dat zij niet hebben krijgt het kapitaalgedekte pensioenstelsel steeds meer trekken van het omslagstelsel zoals de AOW. Bij het omslagstelsel betalen de werkenden direct het pensioen van gepensioneerden. Alleen door uitkeringen en rechten te korten, kan deze onevenwichtigheid worden gerepareerd. 

Kern probleem en de effecten 
Na de Tweede Wereldoorlog is onvoldoende gekeken naar de effecten van internationaal op grote schaal belastingvrij collectief en individueel beleggen en sparen voor pensioen. Er waren veel te weinig beleggingsmogelijkheden voor al het geld dat opzij werd gezet. Gevolg: de pensioenbeleggingen dreven de (prijzen van) aandelenkoersen op. 

Als de enorme hoeveelheden van aandelen weer verkocht worden omdat de ‘babyboomers’ met pensioen gaan, dan is het aanbod van aandelen zo groot dat de prijs verder zal dalen. De pensioenpotjes (van pensioenfondsen) zullen als gevolg daarvan dus veel leger zijn, dan algemeen wordt aangenomen. 

Zorgkosten door vergrijzing 
Zoals gemeld zullen werkenden de AOW voor alle ouderen moeten opbrengen. Daarnaast dienen zij bij te dragen aan de stijgende zorgkosten. Dit leidt tot een sociale ramp. Tegelijkertijd wordt ook van de jongeren verwacht dat ze voldoende kinderen krijgen om de bevolking niet nog verder te laten krimpen. Dit is onmogelijk, want de jongeren moeten al zoveel betalen dat ze dan geen loon meer overhouden om de kosten van opgroeiende kinderen op te vangen. 

Landen met de euro 
Ander bijkomend probleem is dat de meeste andere Europese landen geen of nauwelijks een kapitaalgedekt aanvullend pensioensysteem kennen. Zij kennen alleen een omslagstelsel (gelijk aan onze AOW) waarin de werkendenDSC01448 de pensioenkosten van de oudere mensen betalen. In de meeste Europese landen zullen als gevolg van de vergrijzing veel meer ouderen dan jongeren zijn. De jongeren zullen dit niet langer kunnen bekostigen zodat de overheden bij moeten springen. Met als gevolg weer dat de staatsschuld in de Europese landen verder zullen toenemen en als gevolg daar weer van de inflatie. 

Omdat de meeste Europese landen dezelfde Euro munt hebben, hebben wij daar in Nederland ook hinder van. Om nog maar te zwijgen van de last die wij zouden kunnen krijgen van het failliet gaan van een Euroland als gevolg hiervan. Kijk maar hoeveel Griekenland ons nu al kost.” 

Verenigde Staten 
In de Verenigde Staten is de situatie niet anders. Daar beleggen mensen sinds 1980 via zogenoemde 401K-regelingen niet alleen massaal voor hun pensioen maar is het ook nog zo dat veel medische ingrepen alleen door de staat vergoed zullen worden als je ouder dan 65 bent. Als het even kan, stellen de mensen in de VS die vlak voor hun pensioen zitten, ingrepen dus uit tot na hun 65ste. Dit zal de overheid zo veel extra geld kosten dat het niet is uitgesloten dat Amerika de rente over zijn leningen niet meer kan betalen. Dit zal in 2012 het geval zijn. Dan zal in de VS evenals in Europa de top van de naoorlogse geboortegolf 65 worden. 

Of een Europees land of Amerika als eerste om zal vallen en vervolgens de rest mee zal slepen is lastig om te voorspellen, maar dat er een enorme crisis aan zit te komen, staat wel vast. 

Is een crisis nog af te wentelen? 
Nee, dat gaat niet meer lukken. Daarvoor is het te laat. De overheden (inclusief politiek) hebben de voorspelbare ‘babyboom’-problematiek altijd maar voor zich uit geschoven en niet tijdig maatregelen genomen op dit tijdig op te vangen. Voor de ‘babyboomers’ zal het een heel onaangename verrassing zijn, dat zij na hun 65-ste minder te besteden krijgen dan gedacht. Voor jongeren zal het even vervelend zijn – een crisis is natuurlijk niet leuk – maar daarna zal het beter worden, omdat op de ontstane puinhopen een nieuw stelsel kan worden opgebouwd. 

De vraag waarom je dit geluid zo weinig hoort, is onjuist. “Er zijn zo’n twintig boeken te noemen waarin delen van dit verhaal staan. Boeken als: ‘Der Crash kommt’ van Max Otte, ‘The second Great Depression’ van Warren Brussee en ‘Quand les autruches prendront leur retraite’ van Alain Madelin en Jacques Bichot. Ook besteden de Duitse kranten veel aandacht aan het onderwerp. 

In Nederland willen mensen het gewoonweg niet horen. Dit is het gevolg van de visie van de dominante generatie: ‘de babyboomers’. Zij gaan nog altijd uit van groei. In de jaren zestig kon dat ook nog, maar inmiddels niet meer. Europa heeft een geboortecijfer van 1,4. Economische groei op de middellange termijn is dan een illusie.” 

Bovendien werd onlangs nog door de Nederlandsche Bank (DNB) becijfert dat de pensioencrisis voor de komende jaren voor een extra economische krimp zal zorgen. Dat komt doordat bedrijven vele miljarden euro’s kwijt zullen zijn om bij te betalen aan hun pensioenfondsen. 

Bronnen: FD, Z24 & Dft 

Lees verder het vervolg .. 
– – De vervolganalyse … 

Lees ook
– Nog grotere zeepbel in de maak als die tijdens de kredietcrisis 
– Overheid verkoopt de ultieme woekerpolis 
– AOW en de afschaffing van de partnertoeslag 
– Pensioencijfers 2010 

Disclaimer 
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat. 
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.

 

Omgeving

Werkenden, gepensioneerden, beleggingscomités en besturen van de Nederlandse pensioenfondsen moeten zich realiseren dat de omgeving waarin pensioenfondsen opereren aan het veranderen is. De Nederlandse pensioenfondsen komen uit een tijdperk waarin de economische groei hoog tot zeer hoog was. Hetzelfde gold voor rendementen op beleggingen. Daarnaast stroomden er elk jaar weer meer mensen de arbeidsmarkt op dan dat er weggingen met pensioen. Tot slot was de inflatie decennialang bijzonder laag.

De huidige crisis zorgt voor permanente schade aan economische motoren. Een groot deel van de hoge economische groei in de jaren en decennia van vóór de crisis, is niet ontstaan door bloed, zweet en tranen maar doordat velen grote sommen geld leenden en uitgaven. Nu de schulden te zwaar zijn geworden moeten ze afgelost worden voordat de economieën verder kunnen.

Aflossen van schulden is uiteraard exact het tegenovergestelde van schulden aangaan en drukt dus de economische groei omlaag. Aangezien de schulden zeer hoog zijn en de consument zijn inkomen nauwelijks ziet stijgen, zal dat proces jarenlang duren.

Risico weer terug 

Hoge economische groei zorgde in de jaren voor de crisis enerzijds voor almaar stijgende winsten bij bedrijven en anderzijds tot een euforische stemming op de beurzen. Risico was bijna een relikwie geworden. Inmiddels is risico weer helemaal terug bij beleggers en op de financiële markten.

Net zoals de pendulum voor de crisis te ver naar de kant van ‘geen risico’ gekomen was, zal die nu enige tijd te veel naar de kant van ‘groot risico’ uitslaan, wat slecht nieuws is voor toekomstige rendementen op de beurzen. Zeker omdat tegelijkertijd de structureel lage economische groei de bedrijfswinsten omlaag drukt.

Alsof dit allemaal niet erg genoeg is voor de Nederlandse pensioenfondsen, is de vergrijzing ook begonnen. Volgens het CBS vergrijst Nederland sinds 2011 in versneld tempo. Voor pensioenfondsen betekent dit iets waar ze niet aan gewend zijn: er verlaten meer mensen de arbeidsmarkt dan dat er op komen.

Inflatie 

Het gevolg is enerzijds dat er meer geld uitgekeerd moet worden, en anderzijds dat er minder geld binnenkomt van werkenden dan wat er uitgekeerd wordt aan pensioenen. Kortom, er stroomt geld weg bij de pensioenfondsen. Dat is geen tijdelijk maar een structureel fenomeen.

Als klap op de vuurpijl dreigt de inflatie dit decennium structureel te stijgen en aanzienlijk hoger te liggen dan we allemaal, pensioenfondsen incluis, gewend zijn geraakt sinds de jaren tachtig. Vorig jaar heb ik in mijn boek Het inflatiespook uitvoerig de bronnen van die toekomstige hoge inflatie beschreven.

Indexatie verlenen aan deelnemers was voor de Nederlandse pensioenfondsen een koud kunstje, met een jaarlijkse inflatie van gemiddeld 2 procent, zeer hoge rendementen en het feit dat er meer geld de kassen van pensioenfondsen binnenkwam dan dat er uit ging. Vanaf nu wordt dat zo goed als onmogelijk.

Omlaag

Huidige en toekomstige gepensioneerden moeten erop rekenen dat de hoogte van hun pensioen omlaag zal gaan, maar ook dat de premies om dat lagere pensioen überhaupt mogelijk te maken, zullen moeten stijgen de komende jaren. Pensioenfondsen kunnen het leed verzachten door in te spelen op toekomstige ontwikkelingen.

Cruciaal daarvoor is dat besturen en beleggingscomités zich voortdurend laten voorlichten over economische ontwikkelingen om zo in staat te zijn de grote gevolgen van de huidige crises op de financiële markten en economieën op de middellange en lange termijn in kaart te brengen en dus daarop te anticiperen.

 

 

Edin Mujagic is monetair econoom aan de universiteit van Tilburg

Verre horizon

verre horizon ??

DSC01439
Verr horizon

 

acryl op doek, klei ondergrond, formaat 40*30 cm , jaar 201

 

President-directeur van De Nederlandse Bank

Klaas Knot
In een paginagroot interview in de Telegraaf van 30 juni gooit onze centrale bankier Klaas Knot er nog een schepje bovenop. Hij stelt daarin dat “Over dat aanvullende pensioen bestaan de nodige misverstanden. Zelfs in het slechtste scenario blijven onze pensioenen de beste ter wereld. Ons pensioenprobleem is vooral veroorzaakt door het overdreven ambitieniveau. We hebben onvoldoende duidelijk gemaakt dat het ook wel eens wat minder zou worden. Het is vooral een kwestie van te ver opgeblazen verwachtingen.” Hebben de pensioenfondsen, de politiek en de toezichthouder dan alles prima gedaan? Geen enkele zelfkritiek is te lezen over het onheil met onze pensioenen. Dus niets over het toestaan van niet-kostendekkende premies, premievakanties en premiekortingen voor werkgevers of terugstortingen van premie. Alleen dat wij als deelnemers en gepensioneerden veel te hoge verwachtingen hadden van ons pensioen. Dus we moeten het kennelijk gewoon vinden dat na jarenlang uitblijven van indexering voor inflatie tot wel 10%, nu ook jaren van pensioenkortingen van soms wel 14% of meer in twee jaar voor onze kiezen te krijgen. Hoezo afspraak is afspraak. En dan nog onze pensioenen het beste ter wereld durven te blijven noemen. Gelukkig komt er nog steeds veel meer premie binnen dan er aan uitkeringen worden betaald, maar die verhouding wordt wel steeds slechter. Dus er moet wel wat gebeuren. Maar niet hetgeen de Jonge Democraten van D’66 bepleiten: een individueel afgesproken premiestelsel, zonder enige solidariteit en collectiviteit. Laten de jongeren gewoon een hogere premie betalen vanwege hun hogere levensverwachting of langer blijven werken dan wel een versobering van hun pensioen accepteren.

 

Pleidooi voor riskant beleggen met pensioen

de Volkskrant

Van onze verslaggever Ferry Haan − 28/07/06, 02:46

Pensioenfondsen zouden voor jongeren veel riskanter moeten beleggen dan voor ouderen. De kans op winst stijgt en bij verlies resteert voldoende tijd om het goed te maken….

Door de vergrijzing worden pensioenfondsen groter en groter. Inmiddels hebben ze een kwart van de waarde van alle aandelen ter wereld in handen. In de obligatiemarkt is 10 procent in handen van reusachtige pensioenfondsen.

De fondsen zijn de grootste institutionele beleggers op de financiële markten en hun omvang is een probleem, betogen vier internationale topeconomen op een Zwitsers congres; hun invloed op de economie wordt steeds groter.

Lans Bovenberg, als econoom verbonden aan de Universiteit van Tilburg en aan het vergrijzingsinstituut Netspar, schreef samen met Tito Boeri (Milaan), Benoît Coeuré (Parijs) en Andrew Roberts (van de zakenbank Merrill Lynch) de studie Dealing with the New Giants: rethinking the role of Pension Funds. Bovenberg en consorten stellen dat de verdere groei van pensioenfondsen beperkt zou kunnen worden met slimme hervormingen.

De economen waarschuwen voor recente hervormingen die de pensioenkosten juist verhogen: ze turfden 42 maatregelen waarmee de pensioenen zijn verhoogd, 23 besluiten in Europa om de pensioenpremies te verhogen, 26 verhogingen van de pensioenleeftijd en 33 keer een verlaging van de overheidspensioenen.

Om de kosten van vergrijzing op te vangen zonder het pensioensysteem te schaden, stellen de economen voor een onderscheid te maken tussen jongeren en ouderen. Pensioenfondsen beleggen nu al het geld dat ze beheren op min of meer dezelfde risicomijdende manier. De toezichthouder in Nederland – De Nederlandsche Bank – controleert vervolgens of de pensioenfondsen voldoende middelen hebben om de pensioenen uit te betalen.

De economen betogen dat de situatie voor jongeren anders is dan voor ouderen. Bij ouderen mag geen risico gelopen worden. Iemand die vlak voor zijn pensioen zit, heeft niet meer de mogelijkheid grote beursverliezen op te vangen. Voor deze groep moet een pensioenfonds voorzichtig beleggen en moet het pensioen worden gegarandeerd.

DSC01439
Verre horizon

Bij jongeren is de situatie anders. Wanneer nog dertig jaar resteert tot het pensioen, kan het beleggingsrendement enkele jaren tegenzitten. Met zo’n verre horizon
moeten pensioenfondsen van de toezichthouders de ruimte krijgen om juist meer risico te nemen, zodat de kans op een hoger rendement toeneemt.

Bovenberg en zijn collega’s stellen voor de Europese pensioenen te hervormen naar het model van landen als Zweden, Italië en Polen. Daar experimenteren de overheden met het niet langer garanderen van de koopkracht van de pensioenen, en timmeren ze de pensioenpremie vast.

Vooral voor jongeren blijkt het geen acuut probleem wanneer de beleggingsresultaten van pensioenfondsen tegenvallen en de pensioenaanspraken omlaag gaan. Bij leven en welzijn zullen de aanspraken weer stijgen zodra de beurzen zich herstellen. De groep-Bovenberg betoogt dat de pensioenpremie voor werknemers constant zou moeten blijven, om de koopkracht en de economie niet te schaden.

De economen waarschuwen daarbij voor het analfabetisme onder werknemers wat betreft kennis van pensioenen. Het vrijlaten van keuzen over pensioenregelingen is daarom riskant. Ook hier laat Zweden zien hoe het moet: daar krijgen werknemers jaarlijks een ‘Oranje Envelop’ waarin alle pensioenmogelijkheden haarfijn worden uitgelegd.